‘Pas op: bijwerkingen’

Medicijnen hebben meer dan eens een waslijst aan bijwerkingen. Geneeskunde studeren heeft eigenlijk evengoed zulke effecten. Naast de nodige slapeloosheid (‘Het tentamen is al over anderhalve week en na uren leren weet ik nog niets, help, komt dat wel goed?’), misselijkheid (de geur van koffie, een broodje zalm en energy door elkaar in de collegezaal) en duizeligheid (bij het zien van de hoeveelheid leerstof) zijn er nog een aantal dingen die vanzelf gebeuren bij het doen van deze studie.

Door Geneeskunde word je automatisch hypochonder. Hoe meer je hoort over bepaalde ziekten, des te banger je wordt dat je iets op zult lopen. Ergens had ik dit van tevoren wel verwacht. Naast de meest voorkomende symptomen heeft een ziekte meestal van die vage dingen die ook bij het ziektebeeld kúnnen passen. Vaag als in ‘terugkerende hoofdpijn’ of ‘onverklaarbare vermoeidheid’. Die dingen heeft iedereen wel eens gehad, in ieder geval ik wel. Ik word er dan ook niet zo blij van als er één of andere ernstige, zeldzame ziekte bij hoort. Nu is de kans dat je dat ook echt hebt niet zo groot, gelukkig.

Wat ik wel opvallend en lichtelijk naar vind, is dat suikerziekte voor bijna iedere aandoening een risicofactor is. Echt, om paranoïde van te worden. Ik heb zelf suikerziekte en ook al bedoelen ze vaak type 2 (ik heb type 1), het is toch iets waar ik af en toe mee zit. Eigenlijk is er tot nu toe slechts één ding geweest waar diabetes geen rol bij speelde, namelijk bij een fractuur. Ten minste, dat weet ik ook niet helemaal zeker. Nu hoor ik ongeveer twee keer per week dat ik meer risico loop op weet ik veel wat. Erg optimistisch word je daar niet van.

Een ‘bijwerking’ die ik juist leuk vind, is dat ik al een beetje kennis heb van een paar dingen en dus ook soms een diagnose kan stellen. Kom nu niet met allemaal medische vragen naar mij toe, ik kan 95% daarvan niet beantwoorden en in de overige 5% maak ik vast allemaal fouten, ik ben immers nog lang (lang, lang…) geen arts. Desondanks zijn er wel situaties waarin ik mijn minibeetje medische kennis toch kan gebruiken. Laatst in de bus bijvoorbeeld. Een jochie kwam toevallig zijn voetbaltrainer tegen en het gesprek tussen hen ging op een gegeven moment over de knieblessure van die jongen, inclusief alle details die voor het stellen van een diagnose van belang kunnen zijn. Nu had ik niet de gelegenheid om lichamelijk onderzoek te doen daar in het gangpad, bovendien weet ik niet hoe en het zou vet ongemakkelijk zijn. Stel je voor: ‘Hi, ik ben Iris en ik heb net meegeluisterd, ik wil nog even aan je knie frunniken voordat ik een diagnose kan stellen. Trouwens, ik ben eerstejaars, dus totaal geen arts.’ Right.

De belangrijkste en leukste is wel dat ik het gevoel heb dat ik nuttig bezig ben. Er is vast een heleboel kennis die ik nu leer en later niet zal gebruiken, maar het meeste is wel echt iets waar ik iets mee denk te kunnen, snap je? Op de middelbare school had ik veel vakken die niets te maken hadden met wat ik wil, dokter worden. Niet dat dat per definitie erg was, alleen ik ben minder gemotiveerd om iets te doen als ik niet weet wat ik ermee kan. In ieder geval zijn de bijwerkingen tot nu toe vooral positief.


Bron afbeelding

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s